Bone conduction devices (BCD)
Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over beengeleiders, ook wel een Bone Conduction Devices (BCD) genoemd. De tekst is bedoeld als ondersteuning van het consult door de arts (KNO-, maar ook huisarts) en dient niet als vervanging van een consult. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de tekst wordt beschreven.
Inleiding
U heeft last van slechthorendheid aan één of beide oren, die door middel van een regulier (‘in-het-oor’) gehoorapparaat niet kan worden verholpen, of waarbij een BCD een voorkeur heeft. Om deze reden komt u in aanmerking voor een Bone Conduction Device (BCD). Een BCD wordt aangebracht achter uw oor, in of op het schedelbot. Bij volwassenen wordt dit meestal operatief uitgevoerd. Andere namen voor een BCD zijn bone-anchored hearing aid (BAHA, botverankerd hoortoestel), bone implant (BI) of beengeleidingshoortoestel.
Hoe werkt een BCD?
Een BCD werkt door trillingen of vibraties via het schedelbot over te brengen naar het slakkenhuis in het binnenoor. Geluid wordt opgevangen door de spraakprocessor (het toestel), die geluid versterkt en het omzet naar trillingen. Deze trillingen worden overgebracht op het schedelbot door middel van een koppelstukje (het abutment) dat vast zit aan een schroef (het implantaat). De schroef wordt bevestigd in de schedel. De trillingen worden opgevangen door het slakkenhuis (binnenoor), waar trillingen worden omgezet in signalen die de hersenen verwerken als waargenomen geluid. Het proces waarbij het schedelbot trillingen vervoert, heet beengeleiding. De gehoorgang wordt niet gebruikt en ook niet afgesloten.

Figuur 1: schematisch overzicht gehoororgaan en de BCD.
Zijn er meerdere soorten BCD’s?
Er zijn meerdere soorten BCD’s. De meest gebruikte vorm is de BCD waarbij de spraakprocessor wordt geplaatst op het koppelstuk/implantaat. Dit heet een ‘percutaan’ (wat betekent: ‘door-de-huid’) BCD en is en techniek die sinds de jaren ’70 bestaat en constant is doorontwikkeld. Er zijn momenteel twee fabrikanten die deze systemen maken: 1) het Ponto™ systeem (Oticon Medical Bone Anchored, Zweden) en 2) het BAHA® systeem (Cochlear Bone Anchored Hearing Solutions, Zweden). In de praktijk kunt u zowel de naam Ponto™ als BAHA® tegenkomen, waarmee de algemene naam ‘Bone Conduction Device’ wordt bedoeld.
Figuur 2. Links de Ponto™ 4, met Ponto Wide implantaat opbouw (Oticon, Denemarken). Rechts de BAHA® 6 max, met BIA300 implantaat opbouw (Cochlear Bone Anchored Solutions, Zweden).
Een andere vorm van BCD is er een waarbij het implantaat in zijn geheel onder de gesloten huid wordt geplaatst. De spraakprocessor wordt door middel van een magneet op de huid aangebracht, bovenop het implantaat. De huid zit hierbij tussen het implantaat en de spraakprocessor. Dit heet een ‘transcutaan’ (wat betekent: ‘over-de-huid’) BCD. Deze techniek wordt toegepast sinds 2012 en wordt niet in alle ziekenhuizen toegepast. Er zijn momenteel twee fabrikanten die deze systemen op de markt hebben uitgebracht: 1) Osia 2 (Cochlear Bone Anchored Solutions, Zweden) en 2) Bonebridge 602 (MED-EL, Oostenrijk).


Figuur 3: links de Osia 2 geluidsprocessor met het OSI200 implantaat (Cochlear Bone Anchored Solutions, Zweden). Rechts de Samba 2 geluidsprocessor met het Bonebridge 602 implantaat Bonebridge 602 (MED-EL, Oostenrijk).
Het is belangrijk om te vermelden dat beide type systemen, dus zowel ‘door-de-huid’ (percutaan) als ‘over-de-huid’ (transcutaan), beiden goed uw slechthorendheid kunnen verhelpen, echter de percutane systemen zijn krachtiger, leveren meer versterking en zijn daardoor in staat een slechter gehoor te revalideren. Mogelijk past één van beide system het beste bij u. Deze keuze voor het systeem maakt u dan ook in overleg met u KNO-arts die u hierbij helpt en adviseert.
Bij kinderen en baby’s is een BCD ook mogelijk. Al vanaf 3 maanden kunnen baby’s een BCD op elastische band dragen (“BCD op softband”). Wanneer zij een leeftijd van vier jaar bereiken kunnen zij al een implantaat krijgen, hetgeen meer versterking voor het gehoor oplevert dan via de softband. In tegenstelling tot (jong)volwassenen kan de operatie bij kinderen jonger dan 10 jaar oud in twee fases uitgevoerd, namelijk eerst de schroef (implantaat) en drie maanden later het koppelstuk (abutment) of in één fase. De arts zal dit met u bespreken.
Klachten, oorzaak en diagnose
Er is een aantal oorzaken of klachten waarbij u voor een BCD in aanmerking komt.
- U heeft een chronisch ontstoken gehoorgang die jeukt of nattend is door het dragen reguliere gehoortoestellen of eczeem in de gehoorgang – Deze diagnose heet een loopoor (otitis externa).
- U bent aan het middenoor geopereerd in het kader van bijvoorbeeld een chronische ontsteking waarna het middenoor niet afgesloten kan worden met een regulier hoortoestel.
- U heeft een vernauwde gehoorgang, door bijvoorbeeld terugkerende ontstoken gehoorgang – Deze diagnose heet een verworven gehoorgangstenose (atresie).
- U heeft een aangeboren afwijkende of afwezige gehoorgang en/of oorschelp – Deze diagnoses heten aangeboren gehoorgangstenose (atresie) en frommel oor (microtie).
- U heeft één (plots ontstaan) doof oor. De BCD functioneert in dit geval zo, dat het opgevangen geluid in het andere oor wordt waargenomen.
De behandeling met een BCD is mogelijk bij één van de hierboven genoemde diagnoses of aandoeningen, onder de voorwaarde dat het slakkenhuis (binnenoor) goed functioneert.
De operatie
- De locatie van het implantaat wordt bepaald waarna er een klein beetje haar wordt weggeschoren op deze locatie;
- De ingreep zelf doet geen pijn, alleen de verdovingsspuiten;
- Het boren maakt lawaai, maar is van korte duur. De arts zal u hier tijdens de ingreep op voorbereiden;
- Na het plaatsen van het implantaat en het koppelstuk wordt er een afschermkapje (healing cap) op het koppelstukje geplaatst met daaronder een gaasje met antibiotische zalf.
De operatie zal plaatsvinden onder lokale verdoving. Bij kinderen, en in specifieke gevallen bij volwassenen, vindt de ingreep plaats onder algehele verdoving. De keuze hiervoor is afhankelijk uw gezondheid en de inschatting van uw arts.
Verwacht beloop in de tijd
Het beschermkapje wordt na een week op de polikliniek verwijderd. Gedurende deze eerste week mag u het wondgebied niet nat laten worden. Drie tot zes weken nadat u uw implantaat heeft gekregen krijgt u uw spraakprocessor van uw audioloog. Gedurende deze drie weken moet u direct trauma, zoals een klap op het implantaat, vermijden.
Het is belangrijk dat u de huid rondom het implantaat en koppelstuk goed verzorgd. Gebruik hiervoor enkele keren tot één keer per week vochtige babydoekjes (zonder parfum) en veeg hiermee rustig de huid rondom het implantaat schoon. Het wordt afgeraden om met een borsteltje te boenen of de huid te vaak te schoonmaken. Haren wassen mag u op reguliere basis doen.
Slotwoord
Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van BCD te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina).
Het internet kan de individuele patiënt meestal niet volledig informeren, omdat er veel, soms tegenstrijdige, informatie kan worden gevonden. Wij raden u daarom aan al uw vragen aan uw behandelend arts te stellen, zodat – op uw persoonlijke situatie – gerichte adviezen en antwoorden kunnen volgen.
Het kan zijn, dat u ondanks de uitleg van uw KNO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts en om nadere uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.
De auteursrechten op de door Medical Visuals vervaardigde illustraties die zijn opgenomen op deze website berusten bij Medical Visuals. Gebruik van deze illustraties door leden van de NVKNO of derden is aan voorwaarden onderhevig. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Medical Visuals (maartje@medicalvisuals.nl).

