Eenzijdige doofheid
Op deze pagina vindt u informatie over eenzijdige doofheid. De tekst is bedoeld als ondersteuning van het consult door de arts (huisarts en KNO-arts). Het is niet bedoeld als vervanging van een consult. Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan in de tekst wordt beschreven.
Wat is eenzijdige doofheid?
Eenzijdige doofheid betekent dat iemand met één oor goed kan horen (gemiddelde gehoordrempel ≤ 30 dB), maar met het andere oor heel slecht of helemaal niet kan horen (gemiddelde gehoordrempel ≥ 70 dB). De Engelse term voor eenzijdige doofheid is ‘single-sided deafness’.
Voorkomen
Eenzijdige doofheid kan vanaf de geboorte aanwezig zijn (aangeboren) of later in het leven ontstaan (verworven). Aangeboren eenzijdige doofheid komt weinig voor. Meestal wordt dit al vijf dagen na de geboorte ontdekt bij de zuigelingenscreening (neonatale gehoorscreening). Verworven eenzijdige doofheid valt bij jonge kinderen zelden op. Het wordt dan in de meeste gevallen door de schoolarts ontdekt. Eenzijdige doofheid ontstaat meestal pas op latere leeftijd, maar het is een zeldzame aandoening.
Oorzaak en diagnose
De oorzaak is vaak onbekend (eenzijdige plotsdoofheid). Het kan ook het gevolg zijn van een ontsteking van het gehoororgaan, de ziekte van Ménière, een probleem met de gehoorzenuw of door een ongeval. De diagnose wordt gesteld met een hoortest. In enkele gevallen wordt er in overleg met de KNO-arts nog een CT- of MRI-scan gemaakt.
Klachten
Mensen met eenzijdige doofheid horen geluiden en spraak aan de kant van het dove oor niet goed. Dit merken ze vooral op drukke plekken, zoals in een restaurant of in een grote groep mensen. Ze weten soms ook niet goed uit welke richting een geluid komt. Sommige mensen met eenzijdige doofheid hebben last van een piep of suis in hun oor (tinnitus). Omdat luisteren extra moeite kost, kunnen mensen sneller moe worden. Vooral op school of werk kan dit tot problemen leiden.
Behandelopties
Eenzijdige doofheid is bijna nooit medisch te verhelpen.
Geen behandeling
Veel mensen zijn gewend aan de éénorigheid en ervaren geen problemen. Dan is behandeling niet nodig. Daarnaast zijn er voor mensen met eenzijdige doofheid hoortoestellen beschikbaar. Deze hoortoestellen sturen het geluid van de dove zijde naar het goede oor. Er zijn twee soorten hoortoestellen:
- CROS: De CROS (Contralateral Routing of Signal) bestaat uit twee hoortoestellen, waarbij het
hoortoestel op het dove oor het geluid draadloos doorstuurt naar het hoortoestel op het goede oor.
- BCD: Als de hoortoestellen geen optie zijn, kan er soms gekozen worden voor een beengeleider hoortoestel, ook wel BCD (Bone Conduction Device) genoemd. Deze kan op een band of diadeem gedragen worden of met een kleine operatie vastgezet worden in het schedelbot met een schroef. Geluiden van de dove zijde worden dan met kleine trillingen (die niet gevoeld worden) via de schedel doorgestuurd naar het goede oor.
Met een CROS of BCD kunnen geluiden en spraak aan de dove zijde beter worden gehoord. Het blijft vaak moeilijk om te luisteren in een drukke omgeving of te horen waar geluiden vandaan komen. Een CROS of BCD wordt in Nederland (grotendeels) vergoed door de zorgverzekeraars. Afhankelijk van uw eigen situatie kan uw eigen risico aangesproken worden. Uw zorgverzekeraar kan u hier meer over vertellen.
Toekomstige ontwikkelingen
Door wetenschappelijk onderzoek wordt er onderzocht of een cochleair implantaat (CI) een meerwaarde kan hebben voor patiënten met eenzijdige doofheid. Een CI wordt tijdens een operatie geplaatst. Het neemt dan de functie van het gehoororgaan van het dove oor over. Met deze behandeling is al veel ervaring, maar vooral bij patiënten met tweezijdige doofheid. Een CI voor eenzijdige doofheid wordt nog niet vergoed in Nederland.
Adviezen
Kinderen
Jonge kinderen en hun ouders weten vaak nog niet dat ze aan één kant slecht horen, ook al hebben de kinderen er wel last. De problemen kunnen plotseling duidelijker worden als er tijdelijk gehoorverlies optreedt aan het goede oor (bijvoorbeeld bij een verkoudheid).
Met name voor kinderen die naar school gaan is het belangrijk dat de klasgenoten en docent weten van de eenzijdige doofheid.
- De plek van het kind in het lokaal kan mogelijk aangepast, het liefst links of rechts halverwege in het klaslokaal. Het goede oor moet dan gericht zijn naar de groep en docent, eventueel naast een rustige buurman. Het gezicht van de docent moet goed te zien zijn om spraakafzien mogelijk te maken.
- Er kan het beste les gegeven worden in lokalen met zo weinig mogelijk lawaai en nagalm. De nagalm in een lokaal kan eventueel verminderd worden door geluidsabsorberend materiaal op het plafond, (dikke) gordijnen en/of zachte vloerbedekking.
- Neem het een kind niet kwalijk als het vaak om verduidelijking vraagt of vaak omkijkt als iemand in de klas iets zegt.
- In het verkeer moeten kinderen met eenzijdige doofheid extra goed opletten, omdat ze niet goed kunnen horen waar geluiden vandaan komen.
Schoolverlaters moeten er rekening mee houden dat ze kunnen worden afgekeurd voor bepaalde beroepen wegens een verminderd gehoor. Dit geldt speciaal voor functies bij de brandweer, politie, scheepvaart, luchtvaart en defensie.
Volwassenen
Ook als volwassene is het van belang om de mensen om u heen weten van de gehoorproblemen. Vraag altijd om verduidelijking als u iets niet verstaat.
- Overleg met uw leidinggevende of de bedrijfsarts als u beperkingen ervaart.
- Mogelijk kan de werkplek aangepast worden. Let er op dat het goede oor gericht moet zijn naar de spreker of buurman en werk bijvoorbeeld in een rustige ruimte.
- Achtergrondgeluiden, zoals een radio of TV, maken luisteren extra moeilijk.
- Via een audicien kunt u eventueel een hoortoestel of extra hulpmiddel op proef proberen.
Slotwoord
Het is niet mogelijk om op deze pagina alle details van eenzijdige doofheid te beschrijven. Het internet kan u meestal niet volledig informeren. Er kan veel en soms tegenstrijdige informatie gevonden worden. Wij raden u daarom aan om al uw vragen aan uw behandelend arts te stellen. Dan kunnen er op uw persoonlijke situatie gerichte adviezen en antwoorden volgen. Het kan zijn dat u na de eerste uitleg van uw KNO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts en om meer uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.