Smaak

Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over smaak en smaakstoornissen. Naast deze voorlichtingspagina adviseren wij u ook kennis te nemen van de pagina over reuk en reukstoornissen.

Inleiding

Proeven is een complexe ervaring. Wat wij `smaak’ noemen is eigenlijk een samenspel van meerdere zintuiglijke waarnemingen (smaak in ruimere zin). Met de smaakwaarneming in engere zin bedoelen we de waarneming van zoet, zuur, zout en bitter door de smaakzintuigjes op de tong en de mondkeelholte.

De afgelopen jaren hebben onderzoekers nog twee smaken ontdekt: umami (eiwitrijk) en vet.

Bij het proeven speelt echter ook de waarneming van structuur, temperatuur en kruidigheid n de waarneming van reukstoffen van voedsel en drank een belangrijke rol. Knapperige, warme friet smaakt beter dan wanneer ze slap en koud zijn.

Op deze pagina vindt u informatie over smaak en het verlies van smaakvermogen als functie van de smaakorgaantjes, gelokaliseerd in de mond- en keelholte.

Verlies van smaak kan het voedingspatroon zodanig veranderen dat het leidt tot gewichtsverlies of juist -toename, ondervoeding en weerstandsverlies. Het kan aanleiding geven tot overconsumptie van zout en suikers. Ook ontbreekt de waarschuwingsfunctie voor bedorven voedsel, dat vaak een vieze smaak heeft.

Tenslotte speelt de smaak een rol bij reflexen die de spijsvertering op gang brengen.

Het smaakzintuig

Het waarnemen van smaak is een functie van de smaakorgaantjes, ook wel gustatoire sensorische organen of in het Engels taste buds genoemd. Een smaakorgaantje bestaat uit 50 tot 120 cellen. De meeste smaakorgaantjes bevinden zich op de tong, gegroepeerd in de verschillende smaakpapillen. Daarnaast bevinden zich losliggende smaakorgaantjes in het slijmvlies van het gehemelte en de keelholte.

Tong

De tong bevat drie soorten smaakpapillen, de papillae circumvallatae achterop de tong, de papillae foliatae aan de achterzijkant van de tong en de papillae fungiformis en filiformis verspreid bovenop de tong.

Vroeger dacht men dat zoet, zuur, zout en bitter ieder op een bepaalde plaats op de tong wordt waargenomen, maar dat blijkt niet het geval. De smaakoverdracht van het achterste deel van de tong loopt via de nervus glossopharyngeus, het voorste tweederde deel via de chorda tympani.

Naast de waarneming van zoet, zuur, zout en bitter wordt in de mondholte ook de structuur, temperatuur, scherpte en kruidigheid waargenomen. Dit verloopt via een ander systeem, via de somatosensorische receptoren, via de vijfde hersenzenuw.

Speeksel

Speeksel speelt een vooraanstaande rol in het op gang brengen van de smaakoverdracht. Vast voedsel wordt opgelost in het speeksel en de smaakstoffen worden via het speeksel getransporteerd naar de smaakorgaantjes. Daarnaast zitten er in speeksel verschillende stoffen die de wondgenezing herstellen en een belangrijke rol spelen bij het onderhouden van de smaakorgaantjes. Ook zorgt speeksel voor een gezond evenwicht in de mondholte, doordat het verschillende eiwitten met een antimicrobiële werking bevat.

Terminologie van smaakstoornissen

Een smaakstoornis kan zich op verschillende manieren uiten. Er kan sprake zijn van een afgenomen of verdwenen smaakfunctie. Ook kunnen allerdaagse smaken anders worden waargenomen of is er continu een abnormale of vieze smaaksensatie, zonder dat er een smaakstof wordt ingenomen. Bij veel smaakcomponenten, zoals chocolade, koffie en aardbei, is de primaire component een reukwaarneming. Door kauwen komen reukstoffen vrij die bij uitademing via de neuskeelholte het reukorgaan bereiken. Bij de klacht “verminderde smaak” moet altijd gedacht worden aan een reukstoornis.

Bij smaakstoornissen worden de volgen termen gebruikt:

  • ageusie: onvermogen om kwalitatieve smaaksensaties waar te nemen, verlies van smaak in engere zin;
  • hypogeusie: verminderde smaak;
  • dysgeusie: verstoorde sensatie van normale smaak, vieze smaaksensatie bij normaal gesproken plezierige smaken;
  • gustatorische agnosie: onvermogen om een smaak te herkennen, bij normale smaakprocessing, spraak en algemene intellectuele functies.

Oorzaken van smaakstoornissen

Ontstekingen

Een continue, vieze smaaksensatie kan het gevolg zijn van infecties in de mondholte, zoals ontstekingen in het tandvlees, gebit of speekselklier.

Virusinfecties in de mondholte, door bijvoorbeeld het herpes simplex virus, varicella zoster virus en coxsackie-virus geven vaak een tijdelijk smaakverlies, met spontaan, volledig herstel.

Ook bij een schimmelinfectie kunnen de smaakorgaantjes beschadigen.

Medicijnen

Een continue zure, bittere of metaalachtige smaaksensatie wordt gezien bij gebruik van bepaalde anti-hogebloeddrukmiddelen, de zogenaamde ACE-remmers.
Andere geneesmiddelen kunnen ook smaakverlies veroorzaken.

Reflux

Een zure of bittere smaak wordt ook gezien bij omhoog komen van maagzuur (gastro-oesofageale reflux).

Sjögren

Smaakstoornissen doen zich ook voor bij een extreem droge mond, door onvoldoende aanmaak van speeksel, bijvoorbeeld bij de ziekte van Sjögren en xerostomie.

Verbranding

Door verbranding kunnen de smaakorgaantjes beschadigen.

Gezwel

Een gezwel in de tong kan ook de smaak beschadigen.

Aangezichtsverlamming

Beschadiging of functieverlies van een zenuwbaan, betrokken bij de smaak veroorzaakt uitval van de smaak van een deel van de tong. Dit zien we vaak (tijdelijk) bij een perifere aangezichtsverlamming.

Ooroperatie

Bij sommige ooroperaties is het doornemen van de chorda tympani (een smaakzenuw) onvermijdelijk en is de zenuwbaan doorbroken.

Hersenbeschadiging

Beschadiging van het hersengedeelde van de smaak, door bijvoorbeeld een herseninfarct of -tumor, kan smaakuitval geven.

Systeemziekten

Ook systeemziekten, die de stofwisseling van het smaaksysteem beïnvloeden, kunnen smaakverlies geven. De belangrijkste ziekten zijn hypothyreoïdie, suikerziekte, lever- en nierziekten.

Zwangerschap

In de zwangerschap is er in de eerste drie maanden sprake van een verhoogde gevoeligheid en afkeur voor bitter. Bij een zwangerschapsduur van 4-9 maanden is er een voorkeur voor zout.

Tong- en mondbranden

Bij tong- en mondbranden wordt ook vaak een verminderde of veranderde smaak gezien.

Diagnostiek smaakstoornissen

Anamnese

De analyse van smaakstoornissen begint met het goed uitvragen van de klachten. Wanneer en hoe zijn de klachten begonnen? Wat is de aard van de klacht, is de smaak helemaal weg, verminderd of veranderd? Is er een continue vreemde smaaksensatie?

Belangrijk is te informeren naar de reukfunctie. Hoe is de smaakbeleving van voeding en dranken die vooral op reuk is gebaseerd, zoals koffie, chocolade, aardbeien?

Zijn er andere klachten van de mondholte, tekenen van ontsteking? Is er sprake van een verminderde of abnormale speekselproductie? Zijn er operaties of bestralingen in het hoofd-halsgebied geweest? Medicijngebruik? Andere ziekten? Zijn er klachten van zuurbranden?

KNO-onderzoek

Vervolgens zal een uitgebreid KNO-onderzoek plaatsvinden. De mondholte zal nadrukkelijk worden geïnspecteerd, inclusief palpatie van de tong.

Ter uitsluiting van een reukstoornis zal vaak een reuktest worden uitgevoerd. Er zijn ook smaaktesten beschikbaar, die worden echter weinig gebruikt. Vaak betreft het – vergelijkbaar met de reuktesten – identificatietesten, waarbij een serie van 15 tot 20 herkenbare zoete, zure, bittere en zoute smaken moeten worden benoemd.

Aanvullend onderzoek

Bloedonderzoek of radiologisch onderzoek wordt alleen als het nodig is, verricht. Soms wordt ook verwezen naar de mond-kaak-aangezicht-arts of neuroloog.

Behandeling smaakstoornissen

De behandeling van smaakstoornissen is uiteraard afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Smaakorgaantjes hebben over het algemeen een groot herstellend vermogen.

Ontsteking

Bij infecties in de mondholte herstelt de smaak na behandeling. Soms is verwijzing naar een tandarts, kaakchirurg of mondhygiënist nodig.

Bij smaakuitval door een virusinfectie in de mondholte treedt spontaan herstel van de smaakfunctie op na genezing van de infectie. Bij doornemen van een smaakgeleidende zenuw is het verlies van de smaak van het betreffende deel van de tong definitief.

Een schimmelinfectie wordt met medicijnen bestreden.

Zenuwbeschadiging

Bij uitval door druk of trek aan de zenuw bij een operatie kan de functie weer herstellen.

Schildklierprobleem

Bij smaakverlies door een verminderde schildklierfunctie (hypothyreoïdie) verbetert de smaak na toediening van schildklierhormoon.

Ondervoeding

Bij ondervoeding herstelt de smaak na normalisering van de voeding en inname van voedingsupplementen.

Bestraling

Na bestraling van het hoofd-halsgebied verbetert de smaak vaak na verloop van tijd.

Speeksel

Bij smaakverlies door onvoldoende speekselproductie wordt verbetering van de smaak gezien na gebruik van kunstmatig speeksel.

Medicijnen

Wanneer smaakverlies wordt veroorzaakt door geneesmiddelengebruik dan herstel de smaak veelal spontaan na staken van het betreffende middel. Bij onder andere terbinafine, een antischimmelmiddel, is langdurig smaakverlies beschreven na staken van het middel.

Geen oorzaak

Wanneer geen oorzaak wordt gevonden voor de smaakstoornis, dan verdwijnt deze in de meeste gevallen spontaan binnen een tot twee jaar.

Algemene adviezen bij smaakstoornissen

  • Zorg voor goede mondhygiëne en tandheelkundige verzorging.
  • Zorg voor voldoende voedselinname. Smaakverlies kan de eetlust doen verminderen.
  • Oppassen voor overconsumptie van suikers en zout.
  • Aanpassen voeding om de overall smaakervaring te verbeteren:
    • accentueren van de structuur, temperatuur, pittigheid en kruidigheid van het eten;
    • dranken met koolzuur en nadruk op zoet, zuur en bitter, zoals bitterlemon;
    • gebruik van smaakversterkers (‘™flavor enhancers’™), zoals monosodiumglutamaat (Ve-tsin, E621);
    • indien de reuk intact is: accentueren aroma’s in voedsel.

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van het smaak en smaakstoornissen te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina). Het kan zijn, dat u ondanks de uitleg van uw KNO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts en om nadere uitleg te vragen.
Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.