Slechthorendheid

Inleiding

Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over slechthorendheid. De tekst vervangt het bezoek aan uw arts niet, maar is bedoeld als ondersteuning van het bezoek aan een KNO- of huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de tekst wordt beschreven.

Hoe werkt horen?
Het menselijk oor bestaat uit drie delen: het uitwendige oor (de oorschelp en gehoorgang), het middenoor (het trommelvlies, de trommelholte met gehoorbeentjes; hamer, aambeeld en stijgbeugel) en het binnenoor (het slakkenhuis en de gehoorzenuw).

  • De oorschelp en de ingang van de gehoorgang zijn te zien aan de buitenkant van het hoofd. De oorschelp vangt trillingen op.
  • De trillingen gaan door de gehoorgang naar het trommelvlies en de gehoorbeentjes.
  • Deze sluiten aan op het slakkenhuis en laten zo weer de vloeistof in het slakkenhuis bewegen.
  • Deze beweging wordt geregistreerd door de kleine haartjes in het slakkenhuis (de zenuwcellen).
  • Door de bewegende haartjes ontstaat zenuwactiviteit.
  • De hersenen ontvangen deze zenuwactiviteit en zorgen ervoor dat we ‘horen’.

Gehoorverlies
Er zijn verschillende vormen van gehoorverlies.

  • Geleidings gehoorverlies; ook wel conductief gehoorverlies genoemd. Het minder goed horen komt dan door een slechte geleiding van het geluid in het uitwendige oor of de gehoorgang. Voorbeelden zijn oorsmeer in de gehoorgang, een gat in het trommelvlies of vocht in het middenoor.
  • Perceptief gehoorverlies; het minder goed horen komt dan door een probleem in het binnenoor (slakkenhuis) en soms door een probleem met de gehoorzenuw. Het grootste deel van deze perceptieve slechthorendheid betreft presbyacusis (ouderdomsslechthorendheid). Andere minder vaak voorkomende oorzaken van perceptief gehoorverlies zijn aangeboren of anderszins opgelopen schade.
  • Gemengd gehoorverlies; dit is een combinatie van geleidings- en perceptief gehoorverlies.

Door middel van gehooronderzoek (audiometrie) is een onderscheid te maken tussen geleidings-, perceptief of gemengd gehoorverlies.

Voorkomen

Ongeveer 7,6% van de bevolking ouder dan 15 jaar heeft een mild gehoorverlies (meer dan 35 decibel). Dit zijn in Nederland meer dan een miljoen mensen (CBS, 2014). Ouderdomsslechthorendheid komt vaker voor. Van de 65-plussers heeft ongeveer 54% mild gehoorverlies en van de 80-plussers zelfs bijna 85%.

Klachten?

Van slechthorendheid kun je het volgende merken

  • Minder goed horen
  • Gesprekken minder goed kunnen verstaan
  • Geluid kan vervormd klinken
  • Problemen met het bepalen van welke richting het geluid komt
  • Oorsuizen (tinnitus)

Het gehoorverlies begint vaak in eerste instantie op te vallen in situaties met veel achtergrondgeluid (bijvoorbeeld in een restaurant of tijdens een vergadering). Als de slechthorendheid toeneemt, kan dit ook aan andere dingen gemerkt worden. De televisie moet bijvoorbeeld harder worden gezet. Uiteindelijk kan het ook lastiger worden om gesprekken te voeren.

Dit alles kost extra inspanning. Deze inspanning kan leiden tot vermoeidheid en spanningsklachten. Het niet goed kunnen verstaan kan leiden tot misverstanden en onderlinge irritaties. Men kan sociale situaties gaan vermijden. Dit kan neerslachtigheid en zelfs depressieve gevoelens tot gevolg hebben.

Bij kinderen kan gehoorverlies op een zeer jonge leeftijd van invloed zijn op de taal- en spraakontwikkeling. Immers om goed te kunnen leren praten, moet je goed kunnen horen.

Oorzaak en diagnose

Slechthorendheid kan aangeboren zijn of pas later ontstaan. Er zijn vele oorzaken van later ontstane slechthorendheid. Geleidingsgehoorverlies kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door oorsmeer, een gat in het trommelvlies of een probleem met de gehoorbeentjes. Zie hiervoor ook de folder gehoorverbeterende operaties: herstel van de gehoorbeentjes (link).

De meest voorkomende oorzaak van perceptief gehoorverlies is ouderdomsslechthorendheid, maar er zijn ook nog andere oorzaken. Herhaalde blootstelling aan lawaai, infectieziekten, bof, hersenvliesontsteking of het gebruik van bepaalde medicijnen kunnen ook voor schade aan het binnenoor zorgen. Daarnaast zijn er ook bepaalden ziektes zoals de ziekte van Ménière, suikerziekte, of bepaalde neurologische aandoeningen, zoals multipele sclerose bekend als oorzaak. Ook kan plotselinge doofheid optreden. Tot slot kan er sprake zijn van een slecht functionerende gehoorzenuw door bijvoorbeeld een brughoektumor of niet goed functionerende hersenen, zoals na een beroerte.

Ouderdomsslechthorendheid wordt ook wel presbyacusis genoemd. Dit woord is afgeleid van de Griekse woorden presbus en ákousis, wat letterlijk oude man en geluid betekend. Het probleem wordt dan ook veroorzaakt door slijtage van het slakkenhuis in de loop van het leven. Dit is een proces wat geleidelijk verloopt. Gedurende het leven gaan de haarcellen van het slakkenhuis steeds slechter functioneren waardoor het gehoor verslechterd. De eerste klachten treden pas op een wat latere leeftijd op. De ernst en leeftijd waarop iemand last krijgt, verschilt per persoon.

Gehooronderzoek
Er wordt standaard een gehooronderzoek (audiometrie) uitgevoerd. Het gehoorverlies wordt met een hoortest vastgesteld om te zien welk soort gehoorverlies (geleidings- of perceptiegehoorverlies) er bestaat en in welke mate.

De ernst van het gehoorverlies wordt uitgedrukt in decibel (dB). Dit vertelt iets over de luidheid van geluid. Mensen met een normaal gehoor hebben in principe 0 tot maximaal 10 decibel verlies. Gehoorverlies kan oplopen van 30-35 decibel verlies (licht slechthorend), 35-60 decibel verlies (matig slechthorend), 60-90 decibel verlies (ernstig slechthorend), tot meer dan 90 decibel verlies (zeer ernstig slechthorend tot doof).

De volgende getallen geven een indruk van het aantal decibel;

  • Fluisteren: 30 decibel
  • Normaal praten: 60 decibel
  • Schreeuwen: 80 decibel
  • Vrachtwagens: 90 decibel
  • Boormachine: 110 decibel

Behandeling

Mildere vormen van gehoorverlies zijn goed te behandelen met een hoortoestel. Dit kan op proef worden geprobeerd via een hoorwinkel (audicien) of via een audiologisch centrum. Ook zijn er andere ondersteunende middelen mogelijk (bijvoorbeeld soloapparatuur). Meer informatie over de proefperiode, de kosten en vergoeding is te lezen onder slechthorendheid en hoortoestellen.

Soms zijn hoortoestellen alleen niet genoeg. Bij ernstige gehoorverliezen kan een implantaat (cochleair implantaat) nog een mogelijkheid zijn.

Bij geleidingsgehoorverlies kan een operatie soms een oplossing bieden. Zie hiervoor de folder gehoorverbeterende operaties: herstel van de gehoorbeentjes (link).

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van slechthorendheid en ouderdomsslechthorendheid te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina).

Het internet kan de individuele patiënt meestal niet volledig informeren, omdat er veel, soms tegenstrijdige, informatie kan worden gevonden. Wij raden u daarom aan al uw vragen aan uw behandelend arts te stellen, zodat – op uw persoonlijke situatie – gerichte adviezen en antwoorden kunnen volgen.
Het kan zijn, dat u ondanks de uitleg van uw KNO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts en om nadere uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.

De auteursrechten op de door Medical Visuals vervaardigde illustraties die zijn opgenomen op deze website berusten bij Medical Visuals. Gebruik van deze illustraties door leden van de NVKNO of derden is aan voorwaarden onderhevig. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Medical Visuals (maartje@medicalvisuals.nl).