Gehooronderzoek bij volwassenen en kinderen
Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over allerlei vormen van gehooronderzoek, ook wel audiometrie genoemd.
Inleiding
Als u met klachten over het gehoor bij een KNO-arts komt, zal deze eerst een aantal vragen stellen om het probleem beter te begrijpen;
- aan welke zijde(s) speelt het probleem.
- medische voorgeschiedenis (bijvoorbeeld oorontstekingen of ooroperaties).
- is er een relatie met veel lawaai (bijvoorbeeld op het werk).
- komen er gehooraandoeningen in de familie voor.

Daarnaast kijkt de KNO-arts in uw oren en zal een eerste gehooronderzoek met een stemvork doen.
Zo nodig vraagt de KNO-arts de audioloog om verder onderzoek te doen naar het gehoor. Dit is gehooronderzoek (audiometrie).
Vormen van gehoorverlies
Er worden 3 verschillende vormen van gehoorverlies onderscheiden; geleidingsgehoorverlies, perceptief gehoorverlies en gemengd gehoorverlies. Lees voor meer informatie hierover de folder Slechthorendheid.
Gehooronderzoek bij volwassenen
Om uw gehoor in kaart te brengen kan het onderzoek bestaan uit een of meerdere testen. Hiermee is het type en de ernst van het gehoorverlies vast te stellen, en kan een behandelvoorstel met u worden besproken.
Toonaudiometrie
Toonaudiometrie is het meest gebruikte onderzoek voor het vaststellen van het type en de ernst van het gehoorverlies. Tijdens dit onderzoek krijgt u pieptonen te horen via een koptelefoon. De onderzoeker vraagt u steeds aan te geven wanneer u de pieptoon hoort. De onderzoeker zal het geluid steeds zachter maken om uit te zoeken waar voor u de grens zit wat u net wel en niet hoort. Dit noemen we de hoordrempel. Beide oren worden afzonderlijk getest voor verschillende toonhoogtes (lage en hoge tonen). Tot slot wordt de test herhaald met een trilblokje wat net achter het oor geplaatst wordt. De resultaten worden weer gegeven in een grafiek; een toonaudiogram. Het onderzoek duurt 15 – 20 minuten.

Een voorbeeld van toonaudiogram met een normaal gehoor.
Spraakaudiometrie
Bij gehoorverlies is het vaak moeilijker om gesproken woorden goed te verstaan, de zogenaamde spraakvaardigheid. Tijdens dit onderzoek krijgt u woorden te horen via een koptelefoon. Deze moet u zo goed mogelijk nazeggen. De onderzoeker maakt de woorden steeds zachter tot u ze nauwelijks meer kan verstaan. De resultaten worden weer gegeven in een grafiek; een spraakaudiogram. Hiermee kan worden gezien of een hoortoestel bijvoorbeeld nuttig zou kunnen zijn. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.

Een voorbeeld van een spraakaudiogram.
Tympanometrie
Tijdens dit onderzoek wordt de bewegelijkheid van het trommelvlies getest. U krijgt een dopje in het oor wat de gehoorgang afsluit. Hierdoor hoort u een zachte bromtoon. Vervolgens wordt de luchtdruk in de gehoorgang veranderd. Een normaal trommelvlies beweegt mee volgens een specifieke curve. Is de curve niet normaal, kan dit een teken zijn van een probleem met het trommelvlies. Bijvoorbeeld een gat in het trommelvlies of vocht achter het trommelvlies. Duur: <5 minuten.

Een voorbeeld van een normaal tympanogram.
Gehooronderzoek bij kinderen
Bij kinderen onder de vier jaar is het meestal nog niet goed mogelijk om een betrouwbare gehoortest met koptelefoon te doen. Maar door wat geluiden aan hun linker- of rechterzijde te laten horen, kan worden geobserveerd of een kind reageert. Omkijken, het stoppen met sabbelen op een speen, het bewegen van een armpje: dit zijn de reacties waar de onderzoeker op let. Het vereist dan ook veel ervaring van de onderzoeker om de reacties juist in te schatten.
Visuele beloningsaudiometrie
Bij kinderen vanaf een half tot een jaar wordt een hooronderzoek zonder koptelefoon afgenomen (vrije-veld audiometrie). Het kind krijgt afwisselend links of rechts een geluidje te horen, en als het direct kijkt, wordt het kind beloond met een ‘visuele beloning’. Er wordt bijvoorbeeld kort een tekenfilmfragmentje getoond, of een verlicht poppetje of diertje. Wanneer het kind door heeft dat het wordt beloond als het reageert, kan een behoorlijk betrouwbare gehoortest worden afgenomen.

Bron: NSDSK.nl
Spelaudiometrie
Bij kinderen vanaf drie jaar wordt een toonaudiogram (met koptelefoon) afgenomen met behulp van een spelletje. Vaak wordt daarvoor een blokkendoos gebruikt. Het kind mag bij het horen van een piepje een blokje in de doos doen. Kinderen zijn meestal heel gemotiveerd en daardoor ook geconcentreerd. Er kan zo vaak een betrouwbare test worden afgenomen.
Spraakaudiometrie bij kinderen
Bij kinderen vanaf drie jaar kan onderzocht worden of ze woordjes goed kunnen verstaan door ze deze woorden aan de hand van een tekening aan te laten wijzen. Zo is het niet eens nodig dat ze zelf de woorden goed uitspreken. Door ze een bijbehorend plaatje te laten aanwijzen tussen een paar andere plaatjes van woorden die bijna hetzelfde klinken (bus/mus), kan ook beoordeeld worden of klanken goed onderscheiden kunnen worden.

Bron: NSDSK.nl
Overige gehooronderzoeken
Oto-akoestische emissies (OAE)
Bij dit onderzoek wordt een klein dopje in de gehoorgang geplaatst. De meetapparatuur kan dan kleine geluidssignaaltjes (emissies) opvangen die door het oor gemaakt worden. Worden er inderdaad emissies gemeten, dan is het vrijwel zeker dat er een redelijk gehoor is. Worden ze echter niet gemeten, dan betekent het nog niet gelijk dat er sprake is van gehoorverlies. Dit onderzoek wordt ook gebruikt tijdens de neonatale gehoorscreening, die vaak verricht wordt in de eerste weken na de geboorte van een kind.
BERA
BERA staat voor Brainstem Evoked Reponse Audiometry (hersenstamaudiometrie). Bij dit onderzoek worden klikkende geluiden via een koptelefoon aangeboden. Normaal gesproken worden geluiden die door het oor gehoord worden in het binnenoor omgezet in elektrische signalen en naar de hersenen doorgegeven. Deze elektrische signalen kunnen in een deel van de hersenen – de hersenstam – worden gemeten. Elektrodes vangen ze op; er wordt er eentje achter elk oor geplaatst, eentje midden op het hoofd, eentje op het voorhoofd en eentje op een willekeurige plek op het hoofd. De mate waarin de signalen worden opgewekt en vervolgens gemeten en de tijd die het duurt voordat dit de hersenstam bereikt, zegt uiteindelijk iets over het functioneren van het gehoor (specifiek het slakkenhuis en de gehoorzenuw).
Het onderzoek kan ook worden gebruikt om bij zeer jonge kinderen de gehoorfunctie te meten. Het kind moet tijdens de meting stil liggen, bijvoorbeeld slapend na een voeding. Indien verwacht wordt dat dit niet gaat lukken, kan worden voorgesteld om het kind licht in slaap te brengen met een ondiepe narcose. Dat gebeurd dan doorgaans in het ziekenhuis in aanwezigheid van een arts.

Bron: NSDSK.nl
Audiologisch Centrum
Niet alle ziekenhuizen kunnen alle gehooronderzoeken uitvoeren, zodat soms verwijzing naar een audiologisch centrum noodzakelijk is.
Slotwoord
Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina volledig te zijn (zie ook de tekst op de introductiepagina). Het kan zijn, dat u ondanks deze uitleg, nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts om nadere uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.