Otosclerose

Op deze pagina vindt u informatie over otosclerose en stapedotomie. Naast deze pagina adviseren wij u ook de voorlichtingspagina over ooroperatie te lezen. De tekst is bedoeld als ondersteuning van het consult door de arts (KNO-, maar ook huisarts) en dient dient niet als vervanging van een consult. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de tekst wordt beschreven.

Wat is otosclerose

Otosclerose is een progressieve ziekte die iemand langzaam slechthorend maakt. Het gehoorverlies kan zich bij otosclerose in één of beide oren voordoen. De gevolgen voor de dagelijkse communicatie kunnen groot zijn. Het eerste teken van gehoorverlies doet zich meestal voor als iemand telkens aan andere mensen moet vragen of zij hun woorden willen herhalen of als iemand een spreker nauwelijks kan verstaan wanneer die hem niet aankijkt. Dat geeft een heel onprettig en ongemakkelijk gevoel.

De oorzaak is overmatige botwoekering of botgroei op en rondom de stijgbeugel in het middenoor. Het vervelende gevolg van deze aandoening is dat de beweeglijkheid van de stijgbeugel in het middenoor langzaam afneemt. De stijgbeugel kan daardoor minder geluid voort geleiden (dit heet geleidingsgehoorverlies) en dat zorgt ervoor dat het gehoor minder wordt.

Hoe otosclerose begint en waarom bepaalde mensen het krijgen weten we niet en voorkomen is dan ook onmogelijk.
Vaak is behandeling mogelijk, zodat het gehoor verbetert. Er bestaat echter geen medicijn dat otosclerose kan voorkomen of een vroegtijdig halt kan toeroepen.

Vormen van otoslerose

Er zijn drie vormen van otosclerose:

1. Van de stijgbeugel

Beginnende otosclerose is te herkennen aan een wittig brokje op de stijgbeugel. Als de otosclerose jarenlang ongestoord zijn gang zou gaan, zou de stijgbeugel zelfs helemaal overwoekerd worden door bot. Een andere naam voor otosclerose is ‘otospongeose’. Die term verwijst naar de slechter wordende kwaliteit van het bot. Het sclerotische proces – ofwel het hard worden van het bot – treedt pas later op.

2. Van het slakkenhuis

In zeer uitzonderlijke gevallen tast de otosclerose niet de stijgbeugel aan, maar het slakkenhuis. Dan is er geen sprake van een geleidingsgehoorverlies, maar van een zenuwgehoorverlies. We spreken dan van cochleaire otosclerose. In dat geval zijn er twee mogelijkheden: iemand krijgt een hoortoestel of er wordt een cochleair implantaat geplaatst.

3. Van slakkenhuis en stijgbeugel

Er komt ook otosclerose voor waarbij stijgbeugel en slakkenhuis zijn aangedaan. Er is dan sprake van een geleidingsgehoorverlies, maar ook van een zenuwgehoorverlies.

Waar zitten stijgbeugel en slakkenhuis

1: gehoorgang; 2: trommelvlies; 3: middenoor; 4: hamer; 5: aambeeld; 6: stijgbeugel; 7: buis van Eustachius; 8: slakkenhuis; 9: evenwichtsorgaan; 10: evenwichtszenuw; 11: aangezichtszenuw; 12: gehoorzenuw.

Behandelmogelijkheden

Wat te doen als een KNO-arts geconstateerd heeft dat er sprake is van otosclerose? Er zijn verschillende mogelijkheden:

1. Afwachten

Een mogelijkheid is om af te wachten. Het gehoorverlies kan nog te beperkt zijn. Otosclerose mag niet in z’n allereerste stadium worden geopereerd, want dan heeft de patiënt nog weinig last. Bovendien is de operatie gevaarlijker, omdat tijdens de operatie de nog niet helemaal vastgegroeide stijgbeugel zou kunnen gaan bewegen. Dat kan tot een niet optimaal operatieresultaat leiden.

2. Hoortoestel

Voor mensen die niet geopereerd willen worden, is een hoortoestel een mogelijkheid. Soms wordt bij te opereren otosclerose eerst een hoortoestel geprobeerd.

Veel otosclerose-patiënten zijn echter niet zo tevreden over een hoortoestel. Ze vinden het geluid onnatuurlijk of hebben cosmetische bezwaren.

3. Operatie

Als afwachten en een hoortoestel geen oplossing (meer) bieden, kan een operatie bij ‘stijgbeugel-otosclerose’ worden overwogen. Bij deze operatie wordt de stijgbeugel geheel of gedeeltelijk vervangen, zodat de geluidtrillingen weer beter door de gehoorbeenketen worden doorgegeven aan het slakkenhuis en een patiënt weer beter gaat horen.

Bij otosclerose van stijgbeugel en slakkenhuis kan het betekenen dat een hoortoestel nog steeds nodig blijft.

Een operatie heeft geen zin als er otoslerose bestaat van alleen het slakkenhuis.

Belangrijk

Het is verstandig om otosclerose te laten opereren in een ziekenhuis waar ruime ervaring bestaat met deze operatie. Uw KNO-arts kan u hier het beste in adviseren.

Verdoving

Bij het ondergaan van een operatie voor otosclerose is het mogelijk de ingreep te doen onder plaatselijke verdoving of onder gehele verdoving.

Beide vormen hebben voor- en nadelen.

Voordelen van lokale verdoving kunnen zijn:

  • geen narcose dus ook geen effecten van de narcose achteraf;
  • zo kan het gehoor mogelijk tijdens de operatie worden getest,
    omdat de patiënt wakker is;
  • er is mogelijk wat minder bloed tijdens de operatie.

Voordelen van algehele verdoving kunnen zijn:

  • de patiënt ligt goed stil;
  • als de patiënt eenmaal slaapt, verloopt de procedure sneller;
  • de patiënt ervaart geen hinder van geluiden e.d. in het oor tijdens de ingreep.

Afhankelijk van uw ziekenhuis zal de operatie in dagbehandeling of klinisch (met één of meer overnachtingen) worden uitgevoerd.

Begin van de operatie

Om te beginnen wordt bij het trommelvlies in de gehoorgang een insnijding gemaakt. Het trommelvlies wordt dan ‘omgeklapt’ en het middenoor geopend. De KNO-arts test de beweeglijkheid van de gehoorbeentjes om de diagnose otosclerose definitief te bevestigen. De ligging van de aangezichtszenuw wordt vastgesteld om beschadiging te voorkomen.

Met een laser (KTP-laser, eventueel CO2-laser), boor of naald wordt de stijgbeugel losgemaakt. Het aambeeld en de hamer liggen nu vrij van de vastzittende stijgbeugel en bewegen weer als er op gedrukt wordt.

Stijgbeugelvervanging

Bij otosclerose zijn dan twee methoden van aanpak mogelijk:

Stapedotomie: het gedeeltelijk vervangen van een vastzittende stijgbeugel

De twee pootjes en het kopje van de stijgbeugel worden door de KNO-arts met een laser, boor of kleine naald verwijderd. De voetplaat (de onderkant van de stijgbeugel) blijft intact. In deze voetplaat wordt een klein gaatje (0,6 – 0,7 mm) gemaakt, wat aanzienlijk kleiner is dan de voetplaat zelf. Hierin past de prothese precies (zie het plaatje). De ruimte rondom de prothese hoeft daarom vaak niet opgevuld te worden. Soms wordt als opvulling gebruik gemaakt van oplosbare spons of lichaamseigen weefsel (een bolletje vet uit de gehoorgang of een stukje spierbekleding).

Stapedectomie: het geheel vervangen van een vastzittende stijgbeugel

Stapedotomie | copyright KNO-vereniging

Bij de stapedectomie wordt de gehele voetplaat met stijgbeugel verwijderd waardoor het totale ovale venster open wordt gemaakt. Het ovale venster moet na het plaatsen van de prothese afgesloten worden. Dit kan met vet of ander weefsel. Soms wordt het venster eerst afgedekt met een stukje wand van een bloedvat.

Prothese

De prothese (de vervanging van de stijgbeugel) is een kunststof zuigertje; ook wel piston genoemd. De bovenkant van de prothese wordt vastgemaakt aan het lange been van het aambeeld. De diameter van deze prothese kan variëren van 0.3 – 0.6 mm.

Deze prothese kan na plaatsing als een zuigertje vrij op en neer bewegen en zo de geluidstrillingen weer overbrengen naar het slakkenhuis.

In dit plaatje ziet u een normale stijgbeugel, een door otosclerose aangetaste stijgbeugel en een prothese.

Na de operatie

Als de operatie achter de rug is, zijn er in principe geen belemmeringen meer voor de patiënt. Voorzichtigheidshalve wordt meestal een genezingsperiode van zes weken in acht genomen (nog niet tillen en sporten bijvoorbeeld), maar daarna heeft een geopereerde patiënt alle bewegingsvrijheid.

Bijwerkingen van een operatie

Bijna 95% van de patiënten, die een otosclerose-operatie ondergaat zijn zeer tevreden. Er kunnen wel nadelige effecten optreden in de eerste fase na de operatie. Deze zijn vrijwel altijd van voorbijgaande aard.

Duizeligheid

De eerste dagen na de operatie is enige onzekerheid bij het lopen normaal. Duizeligheid na het plotseling bewegen van het hoofd kan nog enkele weken blijven bestaan. In uitzonderlijke gevallen houdt de duizeligheid langer aan.

Smaak

De eerst weken na de operatie zijn smaakstoornissen niet ongebruikelijk (de smaakzenuw loopt deels door het middenoor). 16% van de patiënten houdt deze klacht langer. Maar na een jaar zijn ook zij klachtenvrij.

Gehoorverlies

Bij ongeveer drie procent van de patiënten neemt het gehoorverlies toe door een complicatie in het genezingsproces. In één procent van de gevallen is dit gehoorverlies zo groot dat een hoortoestel niet meer voldoet.

Oorsuizen

Als het gehoor minder is geworden na de operatie kan het oorsuizen, als dit al aanwezig was, toenemen. In enkele gevallen ontstaat oorsuizen na de operatie. Maar soms neemt het juist af.

Trommelvliesperforatie

Bij minder dan één procent ontstaat een gaatje in het trommelvlies.

Verdere achtergrondinformatie over otosclerose

  • De aandoening komt bij 0,8 à 1,1% van de blanke bevolking voor en gemiddeld tweemaal zo vaak bij vrouwen als bij mannen.
  • Bij de donker gekleurde bevolking komt otosclerose veel minder vaak voor. De reden hiervoor is niet bekend.
  • Er zijn in Nederland jaarlijks naar schatting 1000 à 1500 nieuwe gevallen van otosclerose.
  • Meestal manifesteert otosclerose zich bij mensen die tussen 20 en 40 jaar oud zijn.
  • Otosclerose komt bij ongeveer zeventig procent van de patiënten aan twee kanten voor.
  • Een opvallend kenmerk is dat het proces van otosclerose zich kan versnellen bij vrouwen die zwanger zijn: bij twintig tot veertig procent van hen doet zich een versnelling van de ziekte voor. Ook hiervoor is geen sluitende verklaring.
  • Leden van één familie waarin otosclerose vaker voorkomt, hebben gemiddeld een grotere kans op de ziekte dan anderen. Maar de exacte mate van overerving is nog niet bekend, noch de reden hiervan.
  • Otosclerose komt minder vaak voor in landen waar veel fluor in het water zit.

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details over otosclerose te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina).
Als u nog vragen heeft of meer informatie wilt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw KNO-arts. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.