Eénorigheid

Deze pagina heeft tot doel u informatie te geven over horen met één oor. De tekst is bedoeld als ondersteuning van het consult door de arts (KNO-, maar ook huisarts) en dient dient niet als vervanging van een consult. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de tekst wordt beschreven.

Inleiding

Als iemand met één oor slecht of helemaal niet hoort en met het andere oor goed, is er sprake van éénzijdige slechthorendheid. In het Engels wordt dit ‘Single-Sided Deafness (SSD)’ of ‘unilateral hearing impairment’ genoemd.

Aangeboren éénzijdige slechthorendheid komt relatief weinig voor. Van iedere 1.000 kinderen hebben er 1 à 2 deze stoornis. Eénzijdige slechthorendheid kan echter ook het gevolg zijn van een doorgemaakte ziekte of een ongeval.

Horen met één oor valt bij jonge kinderen vrijwel nooit op. Over het gehoor zijn er dan ook meestal geen klachten. Eénzijdige slechthorendheid wordt tegenwoordig vaak al vijf dagen na de geboorte door de neonatale gehoorscreening ontdekt. Daarnaast vindt ook de schoolarts soms ook nog eenzijdige slechthorendheid. Op het moment van ontdekking is de oorzaak in meer dan de helft van de gevallen vast te stellen, bijvoorbeeld met een ct-scan.

Eénzijdige slechthorendheid is bijna nooit medisch te verhelpen en een hoortoestel zal slechts in bijzondere gevallen verbetering kunnen geven. De oorzaak en de grootte van het gehoorverlies aan het ‘slechte’ oor zullen hierbij van groot belang zijn. In geval van een totale doofheid zal noch medisch ingrijpen noch toepassing van een hoortoestel zinvol zijn. Wanneer het gehoorverlies echter slechts licht of matig is, kan een hoortoestel mogelijk toch overwogen worden.

Deze folder geeft informatie over:

  • de voordelen van horen met twee oren;
  • de gevolgen van horen met één oor en
  • adviezen bij éénzijdige slechthorendheid.

Voordelen van het horen met twee oren

Met één oor kan men vrijwel evenveel geluiden waarnemen als met twee oren. Maar ‘horen met twee oren’ heeft wel degelijk voordelen.

Zo kan een iemand met twee horende oren:

  • even goed horen wat er links en rechts gezegd wordt;
  • beter richtinghoren, waardoor iemand sneller kan ontdekken waar een geluid vandaan komt; dit is bijvoorbeeld van belang op straat en bij sport;
  • beter de afstand en beweging van een geluidsbron waarnemen; dit is met name van belang in het verkeer;
  • beter selectief luisteren, d.w.z. uit gelijktijdig tot iemand komende geluiden er één uitfilteren’. De overige geluiden worden daarbij als achtergrond gehoord en als het ware enigszins ‘weggedrukt’.

Deze voordelen zijn bijzonder belangrijk in lawaaiige situaties. Het kan betekenen dat een waarschuwingssignaal (zoals een fietsbel in druk verkeer) nog net wél wordt opgemerkt. Het kan ook betekenen dat iemand een spreker in een galmende ruimte, een rumoerig lokaal of een kantoor met veel omgevingslawaai nog net wél verstaat, terwijl dat met één oor net niet zou lukken!

Gevolgen van horen met één oor

Algemeen

Een aantal gevolgen van horen met één oor is voor de hand liggend.

Met één oor kan iemand:

  • niet goed horen waar een geluid vandaan komt en
  • de wekker niet (goed) horen als iemand op het goede oor slaapt.

Belangrijker is echter dat het spraakverstaan moeilijker is in situaties waarbij er:

  • iets aan de kant van het slechte oor wordt gezegd,
  • lawaai of nagalm is, zoals bijvoorbeeld in een zwembad of sporthal en
  • op de achtergrond een gesprek plaatsvindt of een radio aanstaat.

Dit laatste valt des te meer op aangezien een gesprek in een rustige omgeving prima wordt verstaan!

In een rumoerige omgeving is een éénzijdige slechthorende meer afhankelijk van o.a.:

  • een duidelijke uitspraak van een gesprekspartner,
  • spraakafzien en
  • de kennis van het gespreksonderwerp.

Iemand die slechts met één oor hoort, zal het verminderde spraakverstaan proberen te compenseren door het – met hoofdbewegingen – snel opzoeken van de spreker en vervolgens:

  • het goede oor naar de spreker richten,
  • dichter bij de spreker proberen te komen en
  • naar het gezicht van de spreker kijken ten behoeve van het spraakafzien.

Ondanks deze maatregelen blijft het spraakverstaan moeilijker dan voor goedhorenden; het luisteren kost dus meer inspanning.

Soms kan dit leiden tot:

  • sneller vermoeid raken;
  • vaker niet opletten;
  • (onverwacht) minder goed kunnen meekomen op school (tweemaal vaker doubleren);
  • moeilijker gedrag van kinderen en
  • het moeilijker onderhouden van sociale contacten (op school, werk, bij familie etc., vooral in grotere gezelschappen).

Opgemerkt moet worden, dat er met betrekking tot het voorgaande uiteraard grote individuele verschillen zijn en dat een éénzijdige slechthorendheid niet de enige oorzaak voor het optreden van één van bovenstaande zaken hoeft te zijn.

Jonge kinderen

Jonge kinderen realiseren zich meestal niet dat ze aan één kant niet horen en ook hun ouders zijn hiervan vaak niet op de hoogte. Het kind hoort immers alles’ met het goede oor. Als deze kinderen naar de peuterspeelzaal of de school gaan dan kunnen ze (af en toe) last hebben van enkele van bovengenoemde problemen. Soms zijn deze kinderen – achteraf onterecht – door hun ouders of leerkracht berispt. De ouders ervaren de mededeling dat hun kind met één oor niets hoort dan ook vaak als een schok.

Voorts moet er bij jonge kinderen rekening mee worden gehouden, dat er zo nu en dan ook in het goede oor een (klein) gehoorverlies kan ontstaan, bijvoorbeeld door vocht in het middenoor. Op die momenten is het kind slechthorend aan beide oren en worden bovengenoemde problemen ineens veel groter!

Schoolverlaters

Schoolverlaters moeten er rekening mee houden, dat ze kunnen worden afgekeurd voor bepaalde beroepen wegens een verminderd gehoor. Dit geldt speciaal voor functies bij de brandweer, politie, scheepvaart, luchtvaart en bij militaire dienst.

Volwassenen

Bij volwassenen zijn de problemen sterk afhankelijk van de situatie. Dit is ook de reden waarom door chefs en collega’s vaak niet wordt geloofd, dat er iets met het gehoor niet in orde zou zijn. Met zijn tweeën in een rustige omgeving is er niets aan de hand. In grote kantoorruimtes (met telefoons, computers, printers etc.), tijdens vergaderingen of op werkplaatsen met machinelawaai kunnen echter problemen optreden met verstaan. Maar ook thuis heeft een éénzijdig slechthorende vaak problemen met verstaan, vooral als de radio of televisie op de achtergrond aanstaat.

Oudere éénzijdige slechthorenden krijgen steeds meer last van minder goed horen en verstaan. Dat komt omdat in het algemeen bij het ouder worden het gehoor slechter wordt. Bij éénzijdig slechthorenden wordt dus de gehoorscherpte van het goede oor minder, terwijl het compensatievermogen eveneens vaak achteruitgaat (bijvoorbeeld doordat het gezichtsvermogen ook afneemt).

Adviezen

Adviezen voor leerkrachten en ouders

Om de problemen van een éénzijdig slechthorende leerling zo klein mogelijk te maken is het wenselijk dat:

  • er les wordt gegeven in lokalen met zo weinig mogelijk lawaai en nagalm. De nagalm in een lokaal kan eventueel beperkt worden door toepassing van geluidsabsorberend materiaal op het plafond, (dikke) gordijnen en/of zachte vloerbedekking;
  • het aangezicht van de spreker (de leerkracht, maar ook andere leerlingen) voortdurend goed gezien kan worden om spraakafzien mogelijk te maken.

Daarnaast kunnen de volgende tips van nut zijn:

  • zorg dat een éénzijdig slechthorende leerling ongeveer halverwege het leslokaal zit (links of rechts in de klas), met het goede oor naar de groep en de leerkracht gericht;
  • geef deze leerling een rustige ‘buurman’ aan de kant van het goede oor;
  • stimuleer dat deze leerling om herhaling vraagt als hij iets niet goed verstaan heeft (bijvoorbeeld bij het opgeven van huiswerk);
  • neem het deze leerling niet kwalijk als hij vaak omkijkt als iemand in de klas iets zegt.

Houdt er tot slot rekening mee dat een éénzijdig slechthorend kind in het verkeer extra goed moet opletten, omdat het richtinghoren door het verminderd horen aan één oor (sterk) afwijkend is. Dit betekent dat het kind vaak niet goed de afstand en beweging van andere verkeersdeelnemers (auto’s, fietsen, etc.) zal kunnen bepalen.

Adviezen voor volwassenen

Als éénzijdig slechthorende zult u zelf moeten zorgen voor zo gunstig mogelijke omstandigheden en uw luistergedrag aanpassen aan de situatie. Hierbij kunt u, voor zover van toepassing, uw voordeel doen met bovengenoemde adviezen voor leerkrachten en ouders.

Het is van groot belang dat u er voor uit durft te komen, dat u af en toe slecht verstaat. Als er problemen met verstaan zijn, zeg dan tegen uw gesprekspartner dat u met één oor slecht hoort. Vraag zonodig of de televisie of radio uit mag.

In een enkel geval, vooral als het goede oor een licht gehoorverlies heeft, zoals bij ouderen vaak voorkomt, kan een speciaal hoortoestel (het zogenaamde CROS-hoortoestel) enige verbetering geven. Een CROS-hoortoestel bestaat uit een hoortoestel, dat op het goede oor gedragen wordt én een klein microfoontje in een oorhangerkastje, dat op het slechte oor gedragen wordt. Ook een BCD kan een goede aanvullende oplossing zijn.

Extra informatie

U vindt ook goede informatie op de Nederlandse website over Single-Sided Deafness (SSD).

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details van éénorigheid te beschrijven (zie ook de tekst op de introductiepagina). Het kan zijn, dat u ondanks de uitleg van uw KNO-arts nog vragen heeft of dat u meer informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met uw KNO-arts en om nadere uitleg te vragen.
Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.